De eerste Haagse bioscoopvoorstelling vond plaats op 9 juni 1896 in het Kurhaus. Dit exclusieve programma van de Cinematographe Lumière was bedoeld voor de gefortuneerden. Vanaf het begin van de twintigste eeuw nam de arbeidsduur voor het gewone volk echter geleidelijk af. Hierdoor kwamen sport, theater en bioscoop ook binnen het bereik van deze groep.

De Boekhorststraat was in 1923 een drukke winkelstraat.
De Boekhorststraat was in 1923 een drukke winkelstraat.
De eerste bioscopen voor een breed publiek werden vanaf 1912 in het uitgaanscentrum gesticht, zoals in de Boekhorststraat. Dit waren kleine en ongerieflijk sober ingerichte zaaltjes. Een pianist speelde de muziek en de projector stond zo dicht bij het projectiescherm dat het  doek regelmatig met water moest worden bespoten om brand te voorkomen.

Vanaf de jaren 1920 werden de zaaltjes omgebouwd naar filmpaleisjes, hoewel de Boekhorststraat bioscopen nooit de grandeur kregen van bijvoorbeeld Asta en Metropole.

Filmvertoningen zagen er voor de oorlog ongeveer hetzelfde uit als tegenwoordig. Eerst de reclame, daarna het polygoon-journaal (tussen 1924 - 1987) en een voorproefje van een film die binnenkort vertoond werd. Eventueel nog een tekenfilm, en daarna de hoofdfilm.

Een groot verschil met nu was de pauze halverwege de film. In deze 20 minuten kreeg iedereen de gelegenheid om in de foyer  een ijsje te eten of een sigaret te roken. Na een belletje vertrokken de bezoekers weer naar de zaal waar ze opgewacht werden door ouvreuses  die klaar stonden met collectebussen voor het BIO-vakantieoord. Daarna ging de film verder waar deze gebleven was.

Bioscoop Roxy in de Boekhorststraat 102 opende zijn deuren in 1932. In 1957 werd  deze moderne pui geplaatst. De foto werd in 1972, vlak voor de sluiting, gemaakt.
Bioscoop Roxy in de Boekhorststraat 102 opende zijn deuren in 1932. In 1957 werd deze moderne pui geplaatst. De foto werd in 1972, vlak voor de sluiting, gemaakt.

Boekhorststraat 102

Haagsche Bioscoop
De Haagsche Bioscoop opende aan de Boekhorststraat 102 op 4 januari 1912.  De vertoning van films was slechts beperkt succesvol en na 1920 werden vooral  cabaret en variété voorstellingen gegeven. De bioscoop sloot in 1925.

Roxy
Op 4 november 1932 werd op hetzelfde adres in de Boekhorststraat opnieuw een bioscoop gesticht.  Roxy was  een petjesbioscoop  met 700 zitplaatsen.  Deze  volksbioscoop draaide westerns en actiefilms.  Deze films werden vanuit de zaal luid becommentarieerd en regelmatig vlogen projectielen door de zaal.

De eigenaar L. Paigin, een joodse zakenman van Poolse origine runde ook het naastgelegen Alhambra aan de Boekhorststraat 98 (vanaf 1920). Hij wist zijn klanten te lokken met titels als 'Meisjes van plezier' en 'De ploeg der gedoemden'.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de bioscoop een andere eigenaar, maar ging qua repertoire door op de ingeslagen weg.  Het trouwe publiek van nozems en bouwvakkers bleef komen voor de de sfeer, de gein en de keet.

In 1957 werd het pand verbouwd. Aan de straat kwam een moderne hal met mozaïekvloer een buffet en veel glas. Het aantal zitplaatsen werd teruggebracht naar 650.  Vanaf de jaren 1960 zette het verval in. De bezoekersaantallen liepen terug en het rumoerige publiek werd steeds minder geaccepteerd. Een bezoeker in 1971  bespeurde tot zijn afgrijzen hoe brandende sigaretten door de zaal werden gegooid, en zelfs door het personeel!

De krant in 1972:  'Vandalisme doet Roxy de das om'. Na een paar kwakkeljaren sloot de bioscoop in 1976. Op 26 mei 1979 richtte een grote brand voor 50.000 gulden schade aan.  Het gebouw viel onder de sloophamer, waarna halverwege de jaren negentig ter plaatse een nieuwbouwcomplex verrees.

Boekhorststraat 98

Alhambra
Alhambra opende op 17 januari 1920 aan de Boekhorststraat 98. De bioscoop was het geesteskind van L. Paigin die vanaf 1932 ook de bioscoop Roxy op huisnummer 102 runde
De bioscoop mengde films en theater en bokswedstrijden.  Het theater organiseerde  echter ook worstel- en bokswedstrijden.  Met bekende namen zoals Daan Holtkamp, de latere eigenaar van het café De Oude Molstraat, die op 29 mei 1922 tegen Marinus Krieger bokste.

Een vaste bezoeker van deze wedstrijden was de deftige Haagse schrijver Louis Couperus die zich hiervoor rond 1920 onder het petjesvolk mengde.  De familie van Couperus was not amused, de Boekhorststraat, 'dat dééd je niet'.

Daarnaast stond keurige travestie op het programma, maar ook de Haagse zanger Willy Derby.

De bioscoop sloot op 31 januari 1935.

Royal
Op 18 april 1935 werd door W. Wessels een halfbakken poging gedaan  om een nieuwe bioscoop aan de Boekhorststraat 98 te stichten.  Willy Derby verrichtte de opening met een paar grappen en liedjes. Wessels ging op 17 juni 1935 failliet en Bioscoop Royal sloot drie dagen later op 20 juni 1935.

Casino
De nieuwe directeur Aad van Tol opende het Casinotheater aan de Boekhorststraat 98 op 3 april 1937. Van Tol was ook de oprichter van het Metropole Palace in 1936.  De zaal was in goud en groen uitgevoerd en bood ruimte voor 680 bezoekers.

De bioscoop sloot in 1947

Niet te verwarren met de bioscoop Casino aan het Spui (1914-1917).

Hollywood
De Boekhorststraat 98 bleef een populaire locatie. De architect Ch. Vrij verbouwde het vervallen theater en op 23 december 1947 waren alle 620 zitplaatsen bezet voor de eerste film: een komedie uit  1944 getiteld Gypsy wild cat.

Deze bioscoop sloot in 1968.

Royal
Op 10 september 1969 opende een bioscoop met een bekende naam aan de Boekhorststraat 98. Het filmverhuurkantoor Royal noemde het nieuwe zalencomplex het Royal Cinema Centrum.  De drie zalen waren aangepast aan de moderne tijd en daarmee een stuk kleiner. In plaats van een zaal met 700 bezoekers werd gekozen voor drie kleinere zalen.

  1. Royal 70 met 300 plaatsen
  2. Royal op zolder 250 plaatsen
  3. Royal silver 150 plaatsen

Tien jaar later, op 13 januari 1979, brandde de bioscoop af. De schade was 500.000 gulden.

Royal

Dit weerhield de eigenaren niet om de boel weer op te bouwen en op 28 augustus 1980  was het zo ver.  De eerste zaal werd geopend. Een jaar later gevolgd door de twee andere zalen.  De laatste film draaide in 1985 en daarmee werd een tijdperk van 65 jaar bioscopen in de Boekhorststraat afgesloten.

Boekhorststraat 25

Japansche bioscoop
De Japansche bioscoop aan de Boekhorststraat 25 opende op 18 juni 1913. Als openingsstunt werd aan iedere honderdste bezoeker een zakhorloge beloofd. De directeur was Loet Barnstijn, de latere oprichter van Filmstad op het landgoed Oosterbeek. In deze zaal met  170 zitplaatsen,  draaide de wat meer exotische films en kunstfilms. De bioscoop was niet succesvol en sloot al na drie jaar in 1916 de deuren.  Barnstijn was in die tijd echter al bezig met een andere bioscoop. Ook in de Boekhorststraat, maar dan verderop op huisnummer 47. Zie Thalia.

In 1915 nam de bioscoop Thalia het pand van Cinéma Américain over. De gevel werd provisorisch aangepast. Deze foto werd in 1930 gemaakt.
In 1915 nam de bioscoop Thalia het pand van Cinéma Américain over. De gevel werd provisorisch aangepast. Deze foto werd in 1930 gemaakt.

Boekhorststraat 47

Cinéma Américain
De Boekhorststraat was populair onder bioscoop exploitanten want al op 11 augustus 1912 opende Herman van der Stap op huisnummer 47 Cinéma Américain. Deze bioscoop werd door de Haagse architect Martin Kuijper ontworpen en was een van de eerste Haagse vaste bioscopen. De bioscoop  werd al op 1 juli 1915 gesloten.

Thalia
De nieuwe eigenaar Loet Barnstijn heropende de nieuwe zaal aan de Boekhorststraat 47 op 10 juli 1915 en noemde de bioscoop Thalia (Grieks voor bloeiende feestvreugde). De zaal had een capaciteit van 460 zitplaatsen. Barnstijn verliet de bioscoop in 1919 en zijn broer nam de boel over. De naam Thalia bleef echter behouden.

Bij een onderzoek naar de gevels van de Boekhorststraat 49-51 ontdekte men dat de gevel van huisnummer 47 (rechts) ook een voorzetgevel was.
Bij een onderzoek naar de gevels van de Boekhorststraat 49-51 ontdekte men dat de gevel van huisnummer 47 (rechts) ook een voorzetgevel was.
Later kocht de zoon van de oprichter Herman van der Stap (zie Cinéma Américain) de bioscoop weer terug van de Barnstijns.

Thalia programmeerde net zoals de andere bioscopen in de Boekhorststraat westerns en actiefilms, die vooral bezocht werden door een mannelijke publiek. Ook hier werd door de  jeugdige bezoekers volop mee gejuicht  en geschreeuwd.

In 1957 was de gevel uit 1912 verouderd en moest het pand gemoderniseerd worden. Het historische vooraanzicht kreeg een modem uiterlijk. Er werd een moderne glasgevel ingezet.

Thalia bleef al die tijd in bezit van de familie van der Stap. Zij sloten de bioscoop in november 1972.

Op 3 november 1980 werden de voormalige Thaliabioscoop. een winkel en drie panden door brand ernstig beschadigd. De zaal werd daarna gesloopt en door nieuwbouw vervangen.

In 2016 onderzoek werd onderzoek gedaan naar de panden aan de Boekhorststraat 49-51. De onderzoekers zagen echter ook dat zich achter de gevel van huisnummer 47 nog een andere gevel bevond. Die van de Cinéma Américain uit 1912. De gevel uit 1957 werd verwijderd en de oorspronkelijke gevel gerestaureerd en in oude luister hersteld. In dit pand zit nu een restaurant.

.

In 2016 werd een oude gevel van de bioscoop Thalia uit 1957 verwijderd en de oorspronkelijke gevel gerestaureerd en in oude luister hersteld.
In 2016 werd een oude gevel van de bioscoop Thalia uit 1957 verwijderd en de oorspronkelijke gevel gerestaureerd en in oude luister hersteld.