Op de Carnegielaan stonden honderd jaar geleden de musea van vader en zoon Scheurleer.  Vader D.F. Scheurleer bezat het muziek-historisch museum en de zoon C.W. Lunsingh Scheurleer het archeologisch museum.

Daniël François Scheurleer in 1915.
Daniël François Scheurleer in 1915.
Vader en zoon

Daniël François Scheurleer was een Haagse bankier uit het bankiersgeslacht Scheurleer, een familie die in de 18e en 19e eeuw ook boekhandelaren en notarissen voortbracht. Hij kreeg in 1881 een zoon genaamd Constant Willem. Constant voegde in 1893 na het overlijden van zijn moeder haar achternaam toe aan die van hemzelf. Hij en zijn nakomelingen kregen daarmee de naam Lunsingh Scheurleer. 

D.F. Scheurleer

Daniël François Scheurleer had een muzikale belangstelling en veel geld. Hij startte rond 1880 een collectie met muziekinstrumenten, prenten en een muziekbibliotheek in zijn woning aan de Stationsweg 89. Scheurleer verhuisde in 1887 naar een groter pand aan de Laan van Meerdervoort 53.

De collectie bleef echter uitdijen en in 1902 nam Daniël de laatste stap en kocht hij de grond tussen zijn woonhuis en de (latere) Carnegielaan. Hier liet hij een kapitale villa bouwen dat in de volksmond ook wel "Klein Mauritshuis" genoemd werd. Achter zijn woning werd een afzonderlijk gebouw neergezet waarin zijn verzameling uitgestald werd. Zo ontstond in 1905 het Museum Scheurleer.

Het Muziekmuseum Scheurleer is op deze foto uit 1910 zichtbaar achter de schutting en het woonhuis. Dit privemuseum was alleen op afspraak  te bezoeken.
Het Muziekmuseum Scheurleer is op deze foto uit 1910 zichtbaar achter de schutting en het woonhuis. Dit privemuseum was alleen op afspraak te bezoeken.
Het museum bestond uit een laag gebouw met vier zalen met een oppervlak van 130 m2. Een lange gang verbond het museum met het woonhuis. Het daglicht kwam binnen door glazen koepels in het dak. Omdat het museum een uit de hand gelopen hobby was, stond het materiaal als in een huiskamer opgesteld, compleet met planten en fauteuils. 

Uitbreiding

De vier zalen bleken echter al spoedig te krap voor Scheurleers immer uitdijende verzameling. Achter de tuin liep de rails van de stoomtram die Scheveningen met het eindstation aan de Anna Paulownastraat verbond. Toen dit lijntje in 1916 werd opgeheven, kocht Scheurleer ook dit grondgebied. Het museumgebouw werd toen uitgebreid met vijf zalen, parallel aan de bestaande vier.

Deze uitbreiding professionaliseerde het museum sterk. Er kwam meer ruimte om een onderscheid te maken tussen de verschillende groepen instrumenten en de verschillende landen van herkomst.  

De Carnegielaan  met rechts het woonhuis en Muziekmuseum  van D.F. Scheurleer en links het museum met Egyptische kunst van C.W. Lunsingh Scheurleer.
De Carnegielaan met rechts het woonhuis en Muziekmuseum van D.F. Scheurleer en links het museum met Egyptische kunst van C.W. Lunsingh Scheurleer.
Scheurleer wilde met zijn museum het muzikale verleden levend houden en deed dit in samenspraak en samenwerking met collega-muziekhistorici en muziekorganisaties. Hij leende zowel bronnenmateriaal als instrumenten uit aan musici, onderzoekers en tentoonstellingen. 

C.W. Lunsingh Scheurleer 

De zoon Constant Willem Lunsingh Scheurleer had net zoals zijn vader in Duitsland gestudeerd. Toen hij op achttienjarige leeftijd in 1899 terugkwam in Nederland was hij bevlogen van de klassieke oudheid. 

Constant Willem Lunsingh Scheurleer
Constant Willem Lunsingh Scheurleer

In welgestelde kringen was het gebruikelijk dat jongemannen een uitgebreide Europese reis maakten. Dat werd in 1902 een studiereis naar Egypte en Griekenland (samen met zijn bijna buurman Adriaan Goekoop die op het Catshuis woonde). Lunsingh Scheurleer kocht op deze reis een grote hoeveelheid archeologisch materiaal. Dit werd uitgestald in zijn ouderlijk huis. 

Lunsingh Scheurleer verhuisde in 1907 samen met zijn vrouw naar de Surinamestraat nr. 31 en daarna in 1910 naar het Prinsevinkenpark 16. En bij iedere verhuizing nam hij zijn verzameling met oudheidkundige vondsten met zich mee. In 1912 werd de collectie op de vijftien meter lange zolder gezet om zo alle spullen in één ruimte onder te brengen. 

Het Museum Carnegielaan 12, (het Archeologisch Museum),  was een semiopenbaar gebouw. Hier gefotografeerd vanaf de Groot Hertoginnelaan.
Het Museum Carnegielaan 12, (het Archeologisch Museum), was een semiopenbaar gebouw. Hier gefotografeerd vanaf de Groot Hertoginnelaan.
Verheffen

Lunsingh Scheurleer was een kind van zijn tijd en het socialisme van het begin van de twintigste eeuw ging niet helemaal aan hem voorbij. Hij wilde het volk verheffen en toegang geven tot kunst en cultuur.

Constant werd bestuurder bij de Academie van Beeldende Kunsten (de huidige Kunstacademie). Deze Academie opende op 30 oktober 1920 een museum aan de Prinsessegracht met daarin een collectie beeldhouwwerken en gipsafgietsels die voor studenten en geinteresseerden toegankelijk was. Dit Museum voor Reproducties van Beeldhouwkunst werd in de wandelgangen het Gipsmuseum genoemd en Constant werd de directeur.

Constant werd na tien jaar stage lopen in 1912 medefirmant bij de Bank Scheurleer & Zoonen. In 1920 ging zijn vader met pensioen en nam Constant de leiding van de bank over. Deze promotie vergrootte Constant's financiele mogelijkheden aanzienlijk en zijn droom, een eigen museum, kwam binnen handbereik. 

Het Archeologisch Museum van Lunsingh Scheurleer met een sobere aankleding. Het deed een beetje denken aan het Gemeente Museum waarbij Lunsingh Scheurleer ook betrokken was.
Het Archeologisch Museum van Lunsingh Scheurleer met een sobere aankleding. Het deed een beetje denken aan het Gemeente Museum waarbij Lunsingh Scheurleer ook betrokken was.
Eigen museum

Lunsingh Scheurleer kocht in 1922 eerst een stuk grond van de Russisch Orthodoxe Kerk. Hiermee werd de tuin weer wat groter.  Hierop werd in datzelfde jaar aan de Carnegielaan 12 een archeologisch museum gebouwd. Dit nieuwe, zeer grote, gebouw kwam direct naast het Muziekhistorisch Museum te staan. Het Archelogisch Museum was, anders dan de schepping van zijn vader, een publiek toegankelijk museum. 

Constant pakte het professioneler aan dan zijn vader. Hij huurde mejuffrouw dr. Prins de Jong in voor de dagelijkse leiding. Leden van de Academie mochten gratis naar binnen, terwijl gewone bezoekers een dubbeltje moesten betalen (of een kwartje op vrijdag).

Het einde

Dit is zaal 1 van het Muziekmuseum in 1913. Bij 3 een tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700.  In de vitrinekast onder andere een fagot uit 1810.
Dit is zaal 1 van het Muziekmuseum in 1913. Bij 3 een tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700. In de vitrinekast onder andere een fagot uit 1810.
Vader D.F. Scheurleer overleed in 1927. De zoon benoemde hierop de museumassistent van zijn vader, Dirk Balfoort, tot conservator en gaf hem de opdracht ook het Muziekmuseum voor het grote publiek open te stellen. Het gereorganiseerde Muziekmuseum werd op 10 maart 1928 feestelijk geopend door burgemeester Patijn. Het vernieuwde museum was echter geen lang leven beschoren.

De Bank Scheurleer & Zoonen ging in 1932 als gevolg van de economische crisis ten onder. De bank ging op 11 april 1932 surséance van betaling aan en op 12 april nam de Incasso-bank de boedel over (sinds 1947 ABN). Lunsingh Scheurleer was als firmant echter met zijn persoonlijk vermogen in het faillissement betrokken. Hierdoor dreigden ook de twee musea meegesleept te worden. 

Constant Lunsingh Scheurleer had goede connecties en was betrokken bij de oprichting van het nieuwe Gemeentemuseum. Hij kwam overeen dat dit nieuwe museum de muziekcollectie zou overnemen.  De

De afbraak van het Muziekmuseum in 1935.  Het museum-gebouw zelf is reeds verdwenen. Het poortje gaf toegang tot het gebouw. Links staat het Archeologisch Museum.
De afbraak van het Muziekmuseum in 1935. Het museum-gebouw zelf is reeds verdwenen. Het poortje gaf toegang tot het gebouw. Links staat het Archeologisch Museum.
gemeenteraad ging rap akkoord en op 28 november 1933 werd het Gemeentemuseum voor ƒ 75.000 eigenaar van de inhoud van het Muziekhistorische Museum Scheurleer. Op 11 januari 1934 volgde de definitieve overdracht.

De archeologische verzameling ging naar Amsterdam en vormde de basis voor het in 1934 nieuw op te richten Allard Pierson Museum. 

Metropole en DSM

In datzelfde jaar werd op 3 oktober 1934 het gebouw van Archeologisch Museum-Scheurleer voor ƒ 100.000 door het Pensioenfonds van de Staatsmijnen aangekocht.

De administratie van de Staatsmijnen (DSM) verhuisde even later vanuit de Javastraat naar dit nieuwe kantoor. Dit gebouw werd in 1975 afgebroken en vervangen door een nieuw kantoorgebouw. 

In oktober 1936 werd de laatste hand gelegd aan de Metropole Bioscoop.
In oktober 1936 werd de laatste hand gelegd aan de Metropole Bioscoop.
Het woonhuis van D.F. Scheurleer  en het achterliggende museum werden gekocht door de bloemenkoopman A.G. van Tol met het geld dat hij gewonnen had met een loterij. Van Tol was de eigenaar van bioscoop Studio Theater maar wilde de mooiste bioscoop van Den Haag bouwen. Op 15 oktober 1936 werd de bioscoop  Metropole Palace aan de Carnegielaan geopend met de film Top Hat met Fred Astaire en Ginger Rogers. 

Constant Willem ondertussen was niet meer in staat een grote villa aan te houden. Hij verhuisde daarom in 1932 naar de Blankenburgstraat 11 en in 1937 naar de Schuystraat 156.

Gemeentemuseum

-4- Deze klavecimbel van Giovanni Celestini uit 1605 stond in zaal 6 van het Muziekmuseum Scheurleer.
-4- Deze klavecimbel van Giovanni Celestini uit 1605 stond in zaal 6 van het Muziekmuseum Scheurleer.
In 1934 werd de muziekcollectie overgeplaatst naar het Gemeentemuseum. De collectie bestond uit 480 Europese instrumenten,  vanaf de 16de eeuw vertegenwoordigd, met enige nadruk op de Nederlandse bouwers. De buiten europese verzameling was nog groter, 620 instrumenten, voornamelijk uit Afrika en Azië. De muziekbibliotheek werd geschat op 13.000 vaak kostbare drukken en handschriften. Ten slotte bevatte de collectie een groot aantal opera partituren.  

De door het Gemeentemuseum aangekochte collectie is in de loop der tijd uitgebreid met andere deelcollecties, zoals de niet-westerse en elektronische instrumenten. De verzameling wordt echter sinds 2000, door een gebrek aan publieke belangstelling, niet meer tentoongesteld. Specialisten kunnen nog wel op afspraak de collectie bewonderen.

-----------------------------Bronnen-------------------------------------------------------------

Naast de reguliere bronnen werd voor deze pagina de website van het Nederlands Muziek Instituut geraadpleegd.

Linksonder het Vredespaleis. Bijna rechtsboven het Muziekmuseum met de witte lichtkoepels. Daaronder het grotere Archeologisch Museum. De naar beneden slingerende weg is de Carnegielaan.
Linksonder het Vredespaleis. Bijna rechtsboven het Muziekmuseum met de witte lichtkoepels. Daaronder het grotere Archeologisch Museum. De naar beneden slingerende weg is de Carnegielaan.
Het Muziekmuseum gezien in 1935 vanaf het Oudheidkundig Museum.
Het Muziekmuseum gezien in 1935 vanaf het Oudheidkundig Museum.
De toegang tot het Muziekmuseum liep via een monumentaal poortje in de geometrische tuin. De grond achter het hek werd later gekocht voor het nog te bouwen Archeologisch Museum (1924). Het poortje kwam daarna tegen het nieuwe museum aan te liggen.
De toegang tot het Muziekmuseum liep via een monumentaal poortje in de geometrische tuin. De grond achter het hek werd later gekocht voor het nog te bouwen Archeologisch Museum (1924). Het poortje kwam daarna tegen het nieuwe museum aan te liggen.
De binnenplaats van het Archeologisch Museum.
De binnenplaats van het Archeologisch Museum.
Het Archeologisch Museum en het Vredespaleis gezien vanuit het woonhuis van D.F. Scheurleer in 1935.
Het Archeologisch Museum en het Vredespaleis gezien vanuit het woonhuis van D.F. Scheurleer in 1935.
Het pand van het  Archeologisch Museum fungeerde van 1946 tot 1975 als hoofdkantoor van de  Staats-mijnen (DSM).
Het pand van het Archeologisch Museum fungeerde van 1946 tot 1975 als hoofdkantoor van de Staats-mijnen (DSM).
Op de plaats van het Archeologisch  Museum werd in 1977 een nieuw kantoorgebouw neergezet.
Op de plaats van het Archeologisch Museum werd in 1977 een nieuw kantoorgebouw neergezet.
Op deze plek op de hoek van de Laan van Meerdervoort en de Carnegielaan stond tot 2004 de bioscoop Metropole. Het appartementen gebouw genaamd Residence Metropole heeft dezelfde ronde vorm als de oude gevel.
Op deze plek op de hoek van de Laan van Meerdervoort en de Carnegielaan stond tot 2004 de bioscoop Metropole. Het appartementen gebouw genaamd Residence Metropole heeft dezelfde ronde vorm als de oude gevel.

 


Scheurleer senior startte rond 1880 een collectie met muziekinstrumenten, prenten en een muziekbibliotheek in zijn woning aan de Stationsweg 89. Tegenwoordig is in dit pand moskee El Mohsinin gevestigd.
Scheurleer senior startte rond 1880 een collectie met muziekinstrumenten, prenten en een muziekbibliotheek in zijn woning aan de Stationsweg 89. Tegenwoordig is in dit pand moskee El Mohsinin gevestigd.
Dit is zaal 1 in 1920. In de kast bij 1 stonden diverse blaasinstrumenten tentoongesteld.  De fluitspeler staat op een harmonium (2) van Alexandre Père et Fils uit 1885.
Dit is zaal 1 in 1920. In de kast bij 1 stonden diverse blaasinstrumenten tentoongesteld. De fluitspeler staat op een harmonium (2) van Alexandre Père et Fils uit 1885.
Dit is een combinatie van een piano en harmonium van Alexandre Père et Fils uit 1885. Het  exemplaar op deze foto stond niet in het Museum Scheurleer, maar een gelijkend harmonium was te bewonderen in zaal 1.
Dit is een combinatie van een piano en harmonium van Alexandre Père et Fils uit 1885. Het exemplaar op deze foto stond niet in het Museum Scheurleer, maar een gelijkend harmonium was te bewonderen in zaal 1.
Een contrafagot van een onbekende maker (achter), in het midden een fagot van Heinrich Grenser (1805) en vooran een fogattino van Grenser (1800). Deze instrumenten stonden in zaal 1 tentoongesteld.
Een contrafagot van een onbekende maker (achter), in het midden een fagot van Heinrich Grenser (1805) en vooran een fogattino van Grenser (1800). Deze instrumenten stonden in zaal 1 tentoongesteld.
Deze contrafagot uit 1810 was te bewonderen in zaal 1 en later in zaal 7.
Deze contrafagot uit 1810 was te bewonderen in zaal 1 en later in zaal 7.
Zaal 2 was de Japanse zaal (na 1917).  Op de voorgrond de Japanse tam-tams  (gongs).
Zaal 2 was de Japanse zaal (na 1917). Op de voorgrond de Japanse tam-tams (gongs).
De Japanse zaal vanaf de andere kant gefotografeerd. Net achter de paal met de plant is een tsuridaiko met het tomoe-motief zichtbaar. Dit is  een hangende Japanse drum. Boven de deur (M) hangt iets wat op een mensenhoofd lijkt.
De Japanse zaal vanaf de andere kant gefotografeerd. Net achter de paal met de plant is een tsuridaiko met het tomoe-motief zichtbaar. Dit is een hangende Japanse drum. Boven de deur (M) hangt iets wat op een mensenhoofd lijkt.
Zaal 3 was ingericht als bibliotheek.
Zaal 3 was ingericht als bibliotheek.
Zaal 5 was gedecoreerd met schilderijtjes die dansvoorstellingen weergaven. De ruimte werd als salon gebruikt.
Zaal 5 was gedecoreerd met schilderijtjes die dansvoorstellingen weergaven. De ruimte werd als salon gebruikt.
Zaal 6 met een glasharmonica (G) en een klavecimbel van Giovanni Celestini uit 1605 (4).
Zaal 6 met een glasharmonica (G) en een klavecimbel van Giovanni Celestini uit 1605 (4).
Zaal 6 met een clavicytherium (een verticaal klavecimbel) van van Albert Delin uit 1760 (C). Het borstbeeld bij B stelt Johann Sebastian Bach voor. Aan de wand hangt een schilderijtje van Andre Bouys (8).
Zaal 6 met een clavicytherium (een verticaal klavecimbel) van van Albert Delin uit 1760 (C). Het borstbeeld bij B stelt Johann Sebastian Bach voor. Aan de wand hangt een schilderijtje van Andre Bouys (8).
-8- Andre Bouys schilderde de Franse componist Marin Marais in 1704. Marais bespeelt hier de basgamba, Dit schilderij uit zaal 6  werd later voor diverse CD hoesjes gebruikt.
-8- Andre Bouys schilderde de Franse componist Marin Marais in 1704. Marais bespeelt hier de basgamba, Dit schilderij uit zaal 6 werd later voor diverse CD hoesjes gebruikt.
Een basgamba van Pieter Rombouts uit 1726. Het kleine instrument is een pardessus de viole van Louis Guersan uit 1750.
Een basgamba van Pieter Rombouts uit 1726. Het kleine instrument is een pardessus de viole van Louis Guersan uit 1750.
Zaal 7 met D.F. Scheurleer. Bij 3 de tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700.  Links daarvan een Franse doedelzak uit 1750 (7). Rechts bij 5 hangt een contrafagot uit 1810.
Zaal 7 met D.F. Scheurleer. Bij 3 de tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700. Links daarvan een Franse doedelzak uit 1750 (7). Rechts bij 5 hangt een contrafagot uit 1810.
-3- De tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700.  Deze trombone hing in 1913 in zaal 1 en in 1920 in zaal 7.
-3- De tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700. Deze trombone hing in 1913 in zaal 1 en in 1920 in zaal 7.
Details van de tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700.
Details van de tenortrombone van Johann Leonhard Ehe II uit 1700.
Deze Franse doedelzak uit 1750 hing in zaal 7.
Deze Franse doedelzak uit 1750 hing in zaal 7.
Zaal 7 met twee vitrines met strijkinstrumenten. Bij 9 een Cello van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1860.
Zaal 7 met twee vitrines met strijkinstrumenten. Bij 9 een Cello van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1860.
-9- De cello van Jean-Baptiste Vuillaume (1860) uit zaal 7.
-9- De cello van Jean-Baptiste Vuillaume (1860) uit zaal 7.
Een andere hoek van zaal 7. Bij 10 een giraffe piano van Joannes van Raaij uit 1825. Bij L een dodenmasker van de Hongaarse componist Franz Liszt. Daaronder een naaidoos-piano (ca 1830). Links van de schouw staat een bureau-orgel van H.H. Hess (Gouda, 1776) en aan weerszijden twee exemplaren van de tromba marina, een eensnarig strijkinstrument. Aan de wand citers en andere volksmuziekinstrumenten.
Een andere hoek van zaal 7. Bij 10 een giraffe piano van Joannes van Raaij uit 1825. Bij L een dodenmasker van de Hongaarse componist Franz Liszt. Daaronder een naaidoos-piano (ca 1830). Links van de schouw staat een bureau-orgel van H.H. Hess (Gouda, 1776) en aan weerszijden twee exemplaren van de tromba marina, een eensnarig strijkinstrument. Aan de wand citers en andere volksmuziekinstrumenten.
-10-  In zaal 7 stond deze rechtopstaande vleugel van Joannes van Raaij uit 1825.
-10- In zaal 7 stond deze rechtopstaande vleugel (giraffepiano) van Joannes van Raaij uit 1825.
In 1780 werd het Essai sur la musique ancienne et moderne gepubliceerd. In dit boek stond dit plaatje van een rechopstaande vleugel.
In 1780 werd het Essai sur la musique ancienne et moderne gepubliceerd. In dit boek stond dit plaatje van een rechtopstaande vleugel.
Het dodenmasker van de Hongaarse componist Franz Liszt. Een dodenmasker was een afgietsel in was of gips dat bij wijze van portret van het gezicht van een overledene werd gemaakt.
Het dodenmasker van de Hongaarse componist Franz Liszt. Een dodenmasker was een afgietsel in was of gips dat bij wijze van portret van het gezicht van een overledene werd gemaakt.
Zaal 8 met in het midden een Bechstein concertvleugel. Bij 6 een harp van Cousineau uit 1780. Verder stonden in deze zaal  twee tafel piano's: één anoniem (ca. 1795) en een instrument van J.H.H. Traut (1855). In de hoek een klein, transponerend klavecimbel van Andreas Ruckers sr. (1627) en daarnaast een aan J.H. Silbermann toegeschreven spinet (ca. 1770).
Zaal 8 met in het midden een Bechstein concertvleugel. Bij 6 een harp van Cousineau uit 1780. Verder stonden in deze zaal twee tafel piano's: één anoniem (ca. 1795) en een instrument van J.H.H. Traut (1855). In de hoek een klein, transponerend klavecimbel van Andreas Ruckers sr. (1627) en daarnaast een aan J.H. Silbermann toegeschreven spinet (ca. 1770).
Zaal 8  vanaf de andere kant met aan de muren gitaren en luiten.
Zaal 8 vanaf de andere kant met aan de muren gitaren en luiten.
-6- Een harp van Cousineau uit 1780. Deze harp stond in zaal 8.
-6- Een harp van Cousineau uit 1780. Deze harp stond in zaal 8.
Zaal 9 gefotografeerd in 1913. De instrumenten uit verschillende oost aziatische landen staan hier in een te krappe ruimte. Na de vergroting van het museum in 1917 bleven de Indische muziekinstrumenten in deze zaal staan (zoals op de voorgrond de Javaanse bonang, onderdeel van de gamelan). De Japanse instrumenten zoals de tsuridaiko en tamtams gingen naar zaal 2.
Zaal 9 gefotografeerd in 1913. De instrumenten uit verschillende oost aziatische landen staan hier in een te krappe ruimte. Na de vergroting van het museum in 1917 bleven de Indische muziekinstrumenten in deze zaal staan (zoals op de voorgrond de Javaanse bonang, onderdeel van de gamelan). De Japanse instrumenten zoals de tsuridaiko en tamtams gingen naar zaal 2.
In mei 1930 werd in het Museum Scheurleer een tentoonstelling van zang en beeldende kunst gehouden. We zien hier onder andere  het klavecimbel uit zaal 6 en het borstbeeld van Bach uit zaal 8.
In mei 1930 werd in het Museum Scheurleer een tentoonstelling van zang en beeldende kunst gehouden. We zien hier onder andere het klavecimbel uit zaal 6 en het borstbeeld van Bach uit zaal 8.
De conversatiezaal in 1930.
De conversatiezaal in 1930.

Scheurleer senior was ook geïnteresseerd in de maritieme geschiedenis van Nederland. In deze gang staan de schilderijen van een groot aantal zeehelden tentoongesteld (1919).
Scheurleer senior was ook geïnteresseerd in de maritieme geschiedenis van Nederland. In deze gang staan de schilderijen van een groot aantal zeehelden tentoongesteld (1919).


Dit kunstwerk stond tentoongesteld in zaal 1 van het Archeologisch Museum. Het beeldje komt uit de periode 2040 tot 1783 v.Chr. en beslaat de 11e en de 12e Dynastie (Middenrijk).
Dit kunstwerk stond tentoongesteld in zaal 1 van het Archeologisch Museum. Het beeldje komt uit de periode 2040 tot 1783 v.Chr. en beslaat de 11e en de 12e Dynastie (Middenrijk).
Dit stuk uit het Archeologisch Museum kwam uit Egypte en uit de periode 1550 - 1070 v.Chr. (de 18e, 19e en 20e dynastie. Het was in zaal 2 te bewonderen.
Dit stuk uit het Archeologisch Museum kwam uit Egypte en uit de periode 1550 - 1070 v.Chr. (de 18e, 19e en 20e dynastie. Het was in zaal 2 te bewonderen.
Een paardenkop uit Egypte.
Een paardenkop uit Egypte.